NTR
19 december 2011

Beroep: publicist en hogeschooldocent

Wat is je favoriete uitspraak?: Wees consequent in wat je zegt en integer in wat je doet.

Men noemt jou weleens 'mediageil' Klopt dit? Zo nee, Wat is de media dan voor jou?

hahaha wat een goede vraag. Ik begrijp dat er misschien mensen zijn die mijn mening niet begrijpen of delen en daardoor op zoek gaan naar een motivatie voor mijn uitingen. Uitingen in de media die vaak als 'gedurfd' en 'gevaarlijk' beschouwd worden. Met deze analyse komen ze tot de simplistische conclusie: 'mediageilheid'.

Vaak genoeg heb ik media afgewezen, omdat mijn optreden daarin niet ten goede kwam voor mijn ideaal. Ik zou het alleen doen om in de media te komen. En dan wijs ik het af. Ik ben van mening dat media voor mij een middel is en geen doel. Een middel om mijn ideaal - het streven naar vrijheid - uit te leggen, uit te dragen en hopelijk ook te bereiken voordat ik sterf.

Wat vind je van de Halve Maan?
De recensies tot zover zijn erg lovend over onze talkshow. En ik ben vereerd dat ik mee mag doen aan een discussieprogramma op tv dat voor het eerst de pluriformiteit van de mening van de allochtone gemeenschap weerspiegelt. Dat is zeker een verrijking van de Nederlandse media. Ondanks de onvermoeibare inzet van de redactie, vind ik dat we aan tafel niet altijd uithalen wat er in zit. De discussie wordt vaak niet op hetzelfde abstractieniveau behandeld en ik vind het jammer dat politiek-correctheid en het ontkennen en bagatellisering van pijnlijke discussiepunten - zoals positie van de islam tegenover vrouwen en homo's, ritueel slachten of sociale druk op het dragen van hoofddoekjes - zeer dominant aanwezig is. Daardoor bereiken we minder dan dat we zouden kunnen.

Damon Golriz vluchtte op zijn veertiende met zijn ouders en zusje uit Iran. Hij verbleef twee jaar in een asielzoekerscentrum in Drenthe en werd in 1997 erkend als politieke vluchteling. De gebeurtenissen van 11 september in Amerika en de revolte van Pim Fortuyn in Nederland, maakten Damon bewust van de rol van de (politieke) islam in de huidige wereld en probeerde daar vanuit zijn achtergrond een antwoord op te vinden. Gaande weg nam Damon steeds afstand van zijn geloof, islam, en werd een atheïstisch afvallige die dat vrijuit en publiekelijk uitte.
In 2007 richtte Damon samen met Ehsan Jami het Comité voor Ex-moslims op, dat op de steun van meer dan 70 intellectuelen kon rekenen. Met dit comité maakten zij de gevaren van afvalligheid binnen islam en de moslimgemeenschap in Nederland kenbaar.

‘Islam, islam, islam, jou treft geen enkele blaam, je kunt er niets aan doen, als je flipt van een cartoon, je zult nog moeten leren, met vrijheid om te gaan, homo’s accepteren en de vrouwtjes niet te slaan, ga jezelf bevrijden en gooi je haren in de lucht, ga lekker zonnebaden en doe dat lekker blond, eet een stukje varkenskarbonde met een jood... oh islam, oh islaaaam, oh isla-la-la-lalala-laaam’.
Dit zingt Hans Teeuwen in zijn show Spiksplinter en is op dit moment een grote hit in de sociale media.

Verbazingwekkend hoe scherp de simpele polemische woorden van een cabaretier kunnen zijn. En Hans Teeuwen is daar zo goed in, hè.

Dat bewees hij ook in 2007 in Bimbo’s en Burka’s. Te danken aan zijn optreden, waarin de naaktheid van de brutaliteit en de hypocrisie van die vreselijke Meiden van Halal door Hans’ woorden bloot werden gelegd, werd dat fragment hèt tv-moment van het jaar 2007. En dat maakte vele moslimbroeders en – zuster boos.

Tegen onze moslimbroeders en -zusters zeg ik nu: word niet woest denk aan uw (moslim)hart als u naar zijn zang ‘islam, jou treft geen enkele blaam’ kijkt. Sterker nog, koop een fles wijn, zet even je hoofddoek af en ontspan je terwijl u kijkt, lacht en geniet. Teeuwen munt het immers niet alleen op de islam, maar neemt zowel het Christendom als het Jodendom onder de loep. Een luie zoekactie op YouTube is voldoende bewijs voor deze bewering.

Echter het punt dat ik nu wil aankaarten is van fundamenteler aard: bestaat ‘islam’ nou wel of niet? Klinkt een beetje flauw, maar het volgende wil ik hierover zeggen:

Een van de hoofdargumenten van de islamknuffelaars is dat er geen één islam is, echter bestaan minimaal 1,6 miljard islams. En dit aantal groeit met 35 procent naar een kwart van de wereldbevolking in 2030.

Een voorbeeld is de PvdA-argumentatielijn van Fouad Sidali, die iedere kritiek op de islam – neem als voorbeeld het cabaret van Hans Teeuwen - ongeldig verklaart door te zeggen dat er geen één islam is, dus richt je kritiek op de moslims.

Per iedere moslim dus één islam, is hun argument. (Terwijl ik dit schrijf, moet ik gelijk denken aan een differentiaalvergelijking in de wiskunde. Het werkt als volgt: als je niet uitkomt met het oplossen van een som, differentieer je het dan in kleine homogene eenheden; los alle eenheden één voor één op, dan lost het geheel zich ook op. Maar dit geldt niet voor een sociaal-maatschappelijke issue zoals religie!)

Als ik zeg, in de Koran staat dat een vrouw ‘de akker van de man is en dat de man haar mag besproeien wanneer hij wenst’, dan is de reactie: ‘nee dat is een interpretatie van één moslim - toevallig die geile moslim man – heeft niets met dè islam of de Koran te maken; die zit wel snor’. Als Hans Teeuwen zingt: ‘de vrouwtjes niet slaan’ en doelt op de goddelijke voorschriften van De Koran (Al-Nisa: 34) dan is de reactie wederom: ‘nee, dat is de interpretatie van die groep paternalistische achterlijke moslimmannen en jij refereert naar een verkeerde! vertaling’. Ja, deze islamknuffelaars volgen dezelfde argumentatielijn als de sluwe vos en een maatje van de ayatollahs in Iran Prof. Tariq Ramadan die in debat tegen criticus Christopher Hitchens zei: ‘The problem is not the book, but the reader’.

Als het probleem niet het kernboek is, maar de verkeerde interpretaties van 1,6 miljard religieuze volgelingen van dat boek, dan kan ‘islam’ als één integrale religie toch niet bestaan. Waarom verdedig je dan iets dat niet bestaat?

En als islam niet bestaat - u voelt het al aankomen denk ik – dan kunnen de moslims ook niet bestaan! Toch?

Daarnaast zijn de moslims geen ‘homogene eenheden’, die je één voor één kunt corrigeren zodat het geheel (denk aan de differentiaalvergelijking) harmoniseert met bijvoorbeeld de Mensenrechten.

Als ik er vanuit mag gaan dat er geen één islam, maar 1,6 miljard islams zijn en dat het probleem is niet het kernboek, maar de 1,6 miljard interpretaties, dan is het logische gevolg onvermijdelijk: dus islam bestaat niet.

Damon Golriz

In aflevering 4  hadden we in de studio een debat over het debat en een battle. Mijn tafelgast-collega Abdoe Khoulani en ik gingen de strijd met elkaar aan. Hieronder mijn voorgedragen column:

In het Midden-Oosten stond het volk op tegen de onderdrukking en zij eiste haar Arabische Lente. Maar nu lijkt het alsof de roep om vrijheid in het Midden-Oosten wortdt gekaapt door islamisten die de Sharia willen invoeren! In Tunesië komen zij democratisch aan de macht en willen een grondwet schrijven gebaseerd op de Koran. De interim-premier van Libie, stelt in feite na al die jaren onderdrukking van Kaddafi een nieuw tijdperk van onderdrukking voor.

 Deze keer door de Islam.

 De moslims zijn in de meerderheid in de Arabische wereld en de islamisten spelen  hierop in. De Sharia brengt geen voorspoed. Er zijn talrijke voorbeelden van mensenrechtenschendingen, politieke en sociale onderdrukking van vrouwen en andersdenkenden door de invoering van deze islamitische wetsysteem; denkt u aan de Taliban in Afghanistan, de Salafisten in Saoedi-Arabie of de Sji’ieten in Iran.

 Mensenrechten zijn universeel. Maar dit wordt niet gerespecteerd door de islam.
Laat de Arabische Lente niet veranderen in een golf van nog meer onderdrukking, maar kies voor de scheiding van Koran en Staat, met de roep om vrijheid voorop.

Damon Golriz

Waarom? Weet ik niet. Maar vandaag moest ik dit gedicht vertalen. Het voornemen tot vertaling dateert van jaren terug; toen ik verliefd werd op het controversiële album ‘Toranj’ van de Iraanse Bob Dylan: Mohsen Namjoo. Wanneer ik hem hoorde zingen, vloeiden de emoties door mijn lijf en overmeesterden de klanken mij om het keer op keer terug te beluisteren. Iedere keer ontdekte ik iets nieuws. Zijn scherpe, hoekige melodieën in combinatie met de fluweelzachte oud-Perzisch poëzie die smekend maar dan weer schreeuwend werden gezongen. Betoverend! ‘Ik moet dit liedje vertalen’, zei een stemmetje in mijn hoofd. Waarom? Weet ik niet.

En vandaag gebeurde het. Erger nog, vandaag werd ik onbewust gedwongen om ervoor te gaan zitten. Dwang en vrijheid, ironisch genoeg zijn de twee drijfveren tot inspiratie en beweging. Het is vaak dat door de botsing van twee tegenstrijdigheden de mooiste creaties ontstaan. Onvoorstelbaar hoe bijvoorbeeld pijn en genot eenmaal in harmonie met elkaar zich kunnen ontwaken tot een ongeëvenaarde tedere bevrediging. Dat moet ook zo zijn in muziek, maak ik mezelf wijs.

 

 

De uitvoering van Toranj door Namjoo moet geïnspireerd zijn door een heftige vrijage. Het kan niet anders. Of een sensuele dans tussen een slaaf en zijn meesteres. De prachtige afstandelijke bloem en de dorstige wanhopige bij. Of misschien zelfs een gekreun van een kalm orgasme. Iedere klank een aanraking van een bekende met een onbekende. Iedere aanraking, een belofte tot een dieptepunt na een climax. En ieder dieptepunt een nederig verzoek, smekend tot een tweede kans. Tevergeefs.

Ik voel de ontmoeting. En ik hoor het drama daarbij. De Perzische dichtkunst zit er vol van. Precies zoals het leven. Een leven zonder drama is immers een overleving. Koud en geurloos. Vol ruis, maar kleurloos.

Met zijn ‘Eeyyhhh…ahhh’ hoor ik Namjoo klagend krijsen van woede en toorn over zijn liefdesdrama. Of die van de verliefde, dorstige bij toen hij de prachtige bloem ‘Toranj’ ontmoette. En zijn afwijzing keer op keer moest doorstaan.

Met het woord Ashena’ii (ontmoeting) hoor ik hem bidden en huilen om een kans. ‘Beschouw mij niet als een vreemdeling, ik kom uit de stad van de genegenheid’, hoor ik hem zijn minnares, de bloem bezweren. Wat de bloem stiekem interesseert naar meer. Dat alles wazig en heimelijk en niet concreet wordt uitgesproken is immers ook een gegeven in de dichtkunst van de mystiek. In de Iraanse cultuur. Dat weet ik.

Wijsheid en kalmte volgen daarna. Dat is goed hoorbaar uit de stem van Namjoo en de scherpe klanken van de elektrische gitaar erdoorheen. Verlangend naar enig begrip en toegefelijkheid van de bloem, probeert de bij nu om rustig en doordacht met een nederig toenadering zijn minnares uit te nodigen voor een wijnfestijn. Maar afwijzing volgt. Dat wist de bij, bij voorbaat.

De climax van boosheid en wanhoop volgt met een klaagzang waarin de enige toverdrank voor de bij om zijn dorst te lessen is onderwerping aan de geurige lokken van de meesteres, de bloem.

En de samensmelting van de meesteres en haar dienaar volgt.

 

Achteraf gezien, wist ik heel goed waarom ik dit gedicht moest vertalen – maar dan pas toen ik het verwoordde tot dit stuk!

http://www.youtube.com/watch?v=k3GpR1xMA3g&t=2m15s

 

~ Hafez en Khaje Kermani

Zij riep: `Ik ben Toranj*, die niet behoort tot deze wereld`

Ik zei: `U bent beter dan Toranj, ver van bereikbaar.`

Zij riep: `Waar komt u vandaan dat u zo onrustig verschijnt?`

Ik zei: `Ik ben een vreemdeling, uit de stad van ontmoeting.`

`Zij riep: wat speelt er in uw hoofd, dat u niet bij verstand bent?`

`Ik zei: Ik kom aan uw deuropening, nederig en smekend.`

`Zij riep: hoe ziet u mij voor zich, in deze verleiding?`

`Ik zei: Als een berg aan bloemen [minaar], in het wijnfestijn van verovering.`

`Ik zei: Het bouquet van uw haar, verdwaalt mij in deze wereld.`

`Zij riep: Als u het wist, het is daardoor dat u geleid wordt.`

`Ik zei: Een teugje van uw lip, doodde mij al toen ik van droomde.`

`Zij riep: Word mijn dienaar, dan overmeester ik u met genade.`

*Toranjh (cedrat), is een zeer geurige vrucht uit het Noorden van Iran dat wordt beschouwd als een hemels fruit

Damon Golriz

Sterk nostalgisch was het deze week aan tafel bij De Halve Maan. Het deed me denken aan de setting van het vorige seizoen, waarin wij als vaste panelleden genadeloos met elkaar de discussie aangingen.  Afgelopen vrijdag voelde het dan ook als vanouds. Vurig, gepassioneerd en vol overgave gingen Fouad, Abdou en ondergetekende opnieuw met elkaar in debat. Onderwerp: de inmiddels befaamde speech van Nasrdin Dchar.

Nasrdin Dchar

Mocht het u ontgaan zijn, de man, winnaar van het Gouden Kalf voor beste acteur, richtte zich in zijn dankwoord tot Politiek Den Haag en sprak geëmotioneerd de volgende woorden tot televisiekijkend Nederland en het publiek in de zaal:  “[…] een paar maanden geleden las ik een artikel waarin Minister Verhagen aangaf dat 'de angst voor buitenlanders' heel begrijpelijk is; nou meneer Verhagen en met u Geert Wilders: Ik ben een Nederlander  en ik ben heel trots op mijn Marokkaanse bloed. Ik ben een moslim, en ik sta hier met een fokking Gouden Kalf in mijn hand."

 

Met zijn toespraak raakte Dchar duidelijk een gevoelige snaar. Een stroom aan reacties was het gevolg. Columnisten, opiniemakers en journalisten analyseerden erop los, probeerden de woorden van Dchar te duiden of, in het geval van een aantal, te veroordelen.

Neem bijvoorbeeld het gekrabbel van de Marokkaanse cabaretier Salaheddinne Benchikhi. Hij verkeerde in opperste staat van verwarring,  kon niet bevatten dat Dchar, een mede-moslim en - Marokkaan, daadwerkelijk blij was met zijn Gouden Kalf – nota bene een afgodsbeeld. Hoe durfde hij? En dan nam hij ook nog eens zijn ouders mee die toen vervolgens moesten aanzien hoe hun zoon actrice Thekla Reuten, die hem de prijs overhandigde, vol op de mond zoende.

 

Ik kreeg medelijden met mijn maag toen ik de jaloezie van Salaheddinne moest verteren.

Jammer dat hij zijn afgunst jegens Dchar niet bij ons uitte, want dan hadden wij bij De Halve Maan wel een geneesmiddel voor zijn jaloezie gehad:  kon hij nu lekker zijn bio pimpen met ‘Salaheddin is te zien bij de talkshow van NTR’.

De conservatieve blog Dagelijkse Standaard ging echter nog een stap verder en veroordeelde niet alleen, in dit geval Dchar - de moslim,  maar ook alvast alle joden en christenen die ooit het Gouden Kalf wíllen winnen. Er zou namelijk geen ‘duidelijker symbool van verafgoding’ zijn dan deze prijs. Wat een nonsens. Zou deze blogger dan ook de Nobelprijs voor de Literatuur (laten we er gemakshalve even van uitgaan dat het kan) weigeren omdat Alfred Nobel dynamiet uitvond en zijn uitvinding verwoestend was?

 

Ik dacht het niet!

Natuurlijk kwam de PVV ook met een wanhoopreactie. Dit keer werd er niet in het enkelvoud gesproken over een hond - à la bedrijfspoedel - maar in het meervoud. Een Noord-Hollands PVV-Statenlid reageerde middels een tweet waarin hij Dchar in één adem noemde met een roedel en hem daarmee categoriseerde tot een groep van honden waarin een sterke mate van hiërarchie heerst. Uiterst onbeschoft.

Elsevier-columniste Liesbeth Wytzes formuleerde de kritiek van veel nuchtere burgers met deze vraag: ‘was hij ook zo bejubeld wanneer hij niet van Marokkaanse afkomst was geweest?’ Het antwoord daarop lijkt me duidelijk.

Nee, natuurlijk niet.

Juist de niet-westerse afkomst van de beste acteur van Nederland in combinatie met diens vlijmscherpe woorden en de integratie discours in onze samenleving maakt dat wij nu en in de toekomst nog vaak over zijn speech zullen praten.

Dat niet de afkomst maar de prestatie telt, is een mooi ideaal. Dat de Nederlanders niet bang hoeven te zijn voor de buitenlanders, is eveneens een mooi ideaal. Zolang we dat echter nog niet bereikt hebben, is Dchars’ afkomst wel degelijk  van belang voor het publieke debat.

Damon Golriz